R.W. van de Wint

Van de Wint ‘leefde’ zijn werk. Reindert Wepko (Ruud) van de Wint is geboren in 1942 en heeft van 1961 tot 1966 een opleiding gevolgd aan de Rijksacademie in Amsterdam. Hij is begonnen als schilder en neemt als zodanig deel aan de Documenta van 1977, maar ontwikkelt zich ook tot beeldhouwer en bouwer. In 1980 begon hij met een schilderkunstig experiment in een oud binnenduingebied bij Den Helder: De Nollen. Dat groeide uit tot een ‘totaalkunstwerk’ van schilderingen, sculpturen en bouwsels. Hij heeft er verschillende disciplines bijeen gebracht, wat ertoe heeft geleid dat hij afwisselend wordt gezien als schilder, beeldhouwer, architect of bouwer, performer, filmer, tekenaar, tuinman of natuurbeheerder. Het maakt hem en zijn werk ongrijpbaar. Het gaat telkens om samenhang en confrontatie. Dat leidt tot paradoxale ervaringen, waarbij het toelaten van de paradox juist weer een onderdeel vormt van het werk.
De momenten waarop hij tegengestelde opvattingen heeft afgetast, typeren hem het beste. Zo maakte hij in de jaren zeventig performancefoto’s van zichzelf als Jochum en Rudi, de schilders en stelde daarmee onder meer de vraag wat de schilderkunst nog kan betekenen. Tegelijkertijd maakte hij grote ‘abstracte’ schilderijen die hij “de zeegezichten” noemde. Met enige ironie liet hij de gevoelsmatige schilder ‘Jochum’ en de rationele schilder ‘Rudi’ elkaar voortdurend tegenspreken. Ook al zijn hun opvattingen op zich ‘waar’. Hij heeft er geen waarde aan gehecht één standpunt in te nemen, omdat niets eenduidig is en de ene waarheid niet verenigbaar hoeft te zijn met de andere. Eén keuze, één specialisme was hem niet genoeg. Wanneer hij een beeld construeerde, verlangde hij naar het aarzelende tasten van het schilderen, wanneer hij schilderde, keek hij uit naar het moment dat hij op De Nollen met zijn kraan in het duinzand kon graven. De verschillende disciplines bracht hij als een vanzelfsprekende eenheid samen. Het landschap gaat over in sculptuur, sculptuur in schildering, schildering in zonlicht en zonlicht keert weer terug naar het landschap.

Het werk is gecompliceerd en eenvoudig tegelijkertijd, het bezit een grote vitaliteit en je wordt er zowel visueel als fysiek volledig door in beslag genomen. In een wereld die steeds sneller verandert, wilde hij een wereld oproepen van elementaire beelden die al eeuwenlang dezelfde zijn: het licht, de overgang van licht naar donker, de visuele en fysieke ervaring van kleur. Het is geen kwestie van sentiment, maar het gaat om de vraag welke waarden hun betekenis behouden. In mei 2006 is Van de Wint plotseling overleden in zijn geliefde duingebied De Nollen. Van de Wint was een levenslustige kunstenaar, bij wie de bron aan ideeën voor kunstwerken onuitputtelijk was. Helaas heeft hij zijn project niet kunnen voltooien, maar in de stroom van ideëen lag in wezen de onvoltooidheid altijd al besloten. In het ‘voltooide’ schuilt immers een zekere eenduidigheid, een antwoord of een einde. Voor Van de Wint was niets eenduidig en hij vond dat je in de kunst misschien nog iets van het mysterie kon laten zien.

 

Visie van de kunstenaar

 

De Nollen is in zijn totaliteit een kunstwerk. De stalen bouwsels, de bunkers, de schilderingen, het landschap, de paarden en pony’s, ze vormen samen een geheel. Maar dit geheel is geen statisch object. Het is een kunstwerk in wording zoals een schilderij in een atelier.

Het creëren van dit kunstwerk viel samen met het leven van de maker. R.W. van de Wint woonde en leefde op De Nollen, kende elke plek, ieder heuveltje, en werkte er dagelijks aan het landschap en de kunstwerken. De Nollen was voor hem een vorm van leven. Het maaien van de paden, het snoeien van de bomen of het repareren van het hek zijn even belangrijk als het maken van een sculptuur of een schilderij, omdat het allemaal onderdeel is van het Nollenproject en daarmee van het kunstenaarschap van Van de Wint. Hij gaf ermee aan dat voor hem het kunstenaarschap niet ophoudt na de realisering van een sculptuur of een schilderij, maar dat het een manier van leven en denken is. Hij laat daarmee zien wat voor hem waarde of betekenis had. 

 

Toch moet het samenvallen van leven en kunstwerk niet worden verward met een sociaal of maatschappelijk engagement. Het kunstwerk De Nollen is een autonome creatie die tot de verbeelding spreekt. Voor de beschouwer gaat het om de poëtische ervaring en niet om de ervaring van het leven zelf. Ook in een museum gaat het om de poëtische ervaring, om de verbeelding. Maar een museum is een instituut dat een verzameling kunstwerken beschermt en tentoonstelt. Voor een bevlogen museumdirecteur kan het een vorm van leven betekenen, maar kunst en leven vallen er nooit samen. Het museum is voor de kunst en de kunstenaar een anoniem en functioneel/maatschappelijk kader dat de niet-functionele kunst beschermt en toont. Bij een museum bevindt ‘het leven’ zich buiten de deur. Voor De Nollen ligt dat anders. Van de Wint zou nooit een functie kunnen vervullen in maatschappelijke zin, zoals de functie van museumdirecteur. Hij is nooit met pensioen gegaan, zijn kunstenaarschap was zijn levenslange lot. 

 

De Nollen is een kunstenaarsinitiatief dat concreet vorm kreeg in 1980, toen Van de Wint begon met een ‘experimenteel schilderkunstig project’ in het oude, verwaarloosde binnenduinterrein. Waarom besloot hij zich terug te trekken uit de kunstwereld, terwijl hij regelmatig werk tentoonstelde in binnen- en buitenland? Sinds 1972 bestonden zijn tekeningen en maquettes voor ruimtes speciaal gebouwd voor een schilderij. Van de Wint heeft aanvankelijk geprobeerd om in samenwerking met de museumwereld een ruimte te creëren die speciaal voor het schilderij bedoeld is. De eerste gelegenheid die zich voordeed was Documenta 6te Kassel in 1977. Voor zijn deelname heeft hij een van zijn schilderkunstige ideeën op een schaal van 1:1 willen uitvoeren. Maar zijn uitgangspunten voor het creëren van een plek gebonden relatie tussen ruimte en schilderij worden niet geaccepteerd. Het is onmogelijk dit idee in te passen in het tentoonstellingsconcept. Dit heeft Van de Wint ervan doordrongen dat het onmogelijk is deze bouwsels in een samenwerkingsverband met officiële instanties te realiseren. Het is hem duidelijk dat de kunstenaar niet met de hulp van autoriteiten of instituties experimenten kan presenteren. Hij concludeert dat het maken van een sculptuur als drager voor een schildering alleen vanuit een zelf te creëren context mogelijk is, en dat de projecten daarbij vanuit een onaangepast en anarchistisch standpunt benaderd moeten worden. Het mislukken van het Documenta-project heeft het ontstaan van het Nollenproject grotendeels veroorzaakt en versneld. Ook enkele pogingen daarna om een schilderkunstig project via museum- en galeriewereld te realiseren mislukte. De ideeën hiervoor waren niet inpasbaar in het beleid van officiële instanties. Uiteindelijk speelt daarbij de machtspositie van dergelijke instanties ook een rol. De kunstenaar is daaraan ondergeschikt. 

 

Het kunstenaarsinitiatief is over het algemeen een kunstvorm waarmee institutionele kritiek wordt gegeven op de officiële instanties, waardoor het niet wordt erkend. Het is een kunstvorm die een andere houding vraagt in de beleving van het kunstwerk door de beschouwer. Kunstenaarsinitiatief en institutie staan vaak haaks op elkaar. Het een komt voort uit een artistieke behoefte, is experimenteel en bestaat zonder vooropgezet plan. Het ander is rationeel georganiseerd, heeft een maatschappelijke functie en gaat planmatig te werk. Kunstenaarsinitiatieven die willen institutionaliseren raken vaak hun authentieke karakter van ongeorganiseerde vrijplaats voor de kunst kwijt. 

 

Als kunstenaarsinitiatief is De Nollen het beste te vergelijken met Little Sparta, de tuin van de, eveneens in 2006 overleden kunstenaar Ian Hamilton Finlay. Zo’n 30 jaar geleden kocht Finlay een stuk land met een huisje in Schotland. Hij is daar gaan wonen en heeft het land omgevormd tot een kunstwerk waarin poëzie, sculptuur en landschap met elkaar verweven zijn. Ook voor Hamilton Finlay werd zijn kunstwerk een vorm van leven. Hij leefde zijn werk, evenals Van de Wint. Anders is dat bij beeldenparken, zoals Middelheim in Antwerpen, de tuin van het Kröller-Müller Museum of het kunstproject Insel Hombroich bij Neuss. In artistiek en inhoudelijk opzicht is een bestuur of verzamelaar bij deze instellingen verantwoordelijk. Op De Nollen is het Van de Wint zelf geweest die de artistieke en inhoudelijke kant heeft bepaald van het project. Nu zijn dat zijn erfgenamen. De manier waarop een bezoeker het project kan bezichtigen hangt samen met de identiteit ervan.

 

Misschien zou je kunnen zeggen dat de kunst van Van de Wint in ballingschap is gestuurd, zoals Evert van Straaten, directeur van het Kröller-Müller Museum, het eens zei. Om de experimenten met de bouwsels te realiseren heeft Van de Wint met De Nollen zijn eigen vrijplaats gecreëerd, waarbij niet alleen zijn kunst maar ook hijzelf het ‘lot van het ballingschap’ heeft gedragen. Immers zijn kunst en leven waren nauwelijks van elkaar te scheiden. 

Dat zijn de karakteristieken van De Nollen en het gaat er nu om hoe je die kunt behouden en beschermen zonder dat je de authenticiteit aantast. Omdat Van de Wint vijfentwintig jaar lang aan De Nollen heeft kunnen werken is de identiteit ervan zo sterk. Van de Wint wilde niet dat De Nollen ‘een instelling’ werd waarvan de artistieke en inhoudelijke kant zouden worden aangetast. 

Beknopte biografische gegevens

• Reindert Wepko van de Wint (Den Helder, 1942-2006)
• 1961-1966 opleiding Rijksacademie voor beeldende Kunsten, Amsterdam
• sinds 1980 totaalkunstwerk De Nollen aan de zuidrand van Den Helder

Eenmanstentoonstellingen, een keuze

• galerie T, Haarlem, Van de Wint, 4 juni – 4 juni 1971 (cat.)
• hedendaagse Kunst, Utrecht, De schilders / Jochum, 7-12-1974 – 12-1-1975 (cat.)
• Collection d’Art, Amsterdam, De schilders / Rudi, 7-12-1974 – 12-1-1975 (cat.)
• Rheinisches Landesmuseum, Bonn, Die Maler: Jochem und Rudi, 8-4– 9-5-76 (c.)
• Kestner-Gesellschaft, Hannover, Die Maler: Jochem und Rudi, 2-7– 8-8-1976 (cat.)
• Galleria La Bertesca, Düsseldorf, Die Maler: Jochem und Rudi, 21-1 – 17-2-1977
• Galerie Swart, Amsterdam, Rudi van de Wint, 19 april – 7 mei 1977
• Galeire Swart, Amsterdam, R. van de Wint / schilderijen, 3 – 23 december 1978
• Kunsthalle, Bazel, Van de Wint, schilderijen, maquettes, schetsen, blauwdrukken, 30 september – 4 november 1979 (cat.)
• Groninger Museum, Groningen, Van de Wint, schilderijen, maquettes, schetsen, blauwdrukken, 17 november – 16 december 1979 (cat.)
• vanaf 1980: project De Nollen, permanent, zuidrand Den Helder
• Kröller-Müller Museum, Otterlo, R.W. van de Wint. Clair-obscur. Zeven beelden,
29 juni – 11 november 2002 (cat.)

groepstentoonstellingen, een keuze

• Stedelijk Museum, Amsterdam, Atelier 8, 16 januari – 14 februari 1971 (cat.)
• The Serpentine Gallery, Londen, Five Dutch Artists, 24-7– 15-8-1974
• Galleria La bertesca, Düsseldorf, Analytische Malerei, 1975 (cat.)
• Kassel, Documenta 6, 24 juni – 2 okotber 1977 (cat.)
• Musée d’Art Moderne de la Ville, Parijs, 9e Biennale de Paris,
19 september – 2 november 1975 (cat.)
• Venetië, Biennale di Venezia: Sei Stationi per Artenatura; La Natura dell’Arte,
2 juli – 15 oktober 1978 (cat.)
• Landespavillion, Stuttgart, Aktuelle Kunst aus den Niederlanden, 5 – 30-10-80 (c.)
• Gymnasium Felisenum, Velsen, Stof en Geest, 23 maart – 20 mei 1991 (cat.)
• Arnhem, Sonsbeek 93, 4 juni – 26 september 1993 (cat.)
• Den Helder. Rijkswerf, Kaap Helder, 5 juni – 3 augustus 2003 (cat.)

monografie

Jacqueline van Koningsbruggen, R.W. van de Wint. Schilder, beeldhouwer, bouwer,
Amsterdam, SUN, eerste druk 2002, tweede druk 2007 (ISBN 90 5875 0604)

 

©2012 projectdenollen.nl  | contact de stichting de Nollen | online by: reloadmedia.com